In memoriam Carla Mostert (1938-2015)

In het voorwoord van haar bundeltje Schrijven in zand, met daarin 26 haiku’s en tanka’s – „herinnering aan en een neerslag van een leven” (winter 1996-1997) vertelt Carla dat zij in de winter van 1986 haar eerste haiku schreef. Sindsdien heeft zij altijd geschreven èn zich met anderen actief beziggehouden met haiku, tanka en haibun.
Zij maakte deel uit van de kern Noord-Kennemerland, die in 1990 de bundel Overal pluisjes… uitgaf. Voorafgaand aan haar haiku’s zegt ze: „lezen en schrijven is een belangrijk en onmisbaar deel van mijn leven geworden”.

over het water
waaien bloesemgeuren mee
met de zuidenwind

Van 1996 tot 2000 was zij secretaresse van het actief opererend bestuur van de Haiku Kring Nederland onder leiding van Wim Lofvers*. Bij uitgeverij ’t Hoge Woord van Lofvers bracht zij, naast het eerder genoemde Schrijven in zand, waarin haar leven met haar moeder een grote rol speelt, in ieder geval nog twee bundeltjes uit: een met foto’s geïllustreerde haibun De reis terug (2001), gebaseerd op twee reizen naar Indonesië, het land waar zij was geboren, en de haibun Boomtoppen (2005), over een vakantiereis naar een zuidelijk land.

zo lang geleden
een rimpeling in de tijd
dezelfde ogen

tijdens de afdaling
de nevel is verdwenen
amandelbloesem

In deze stilte verscheen in 2009 bij uitgeverij ’t Schrijverke van Max Verhart. Op de achterzijde zegt Carla onder andere dat haiku voor haar de meest geschikte vorm is om het onzegbare te benaderen.

nu het donker is
en de wind is gaan liggen
hoor ik de stilte

Zij was tot het laatst toe actief in de door Hans Reddingius opgerichte e-mailgroep. Deze haiku stuurde zij rond toen zij aan de beurt was in november 2014:

grijze luchten
dat ene stukje blauw
reist met mij mee

In 2007 werd de studiegroep „Baarnse Joffers” opgericht, waar Carla vanaf het begin tot aan haar overlijden bij was. Tijdens een bijeenkomst over tanka verraste zij ons met een reeks tanka’s, een vorm die zij veelvuldig gebruikte.

verlaten strand
geluid van branding
palmen in maanlicht –
eens zal ik vertellen
wat de wind nu fluistert

Voor de laatste bijeenkomst begin maart van dit jaar, waar gedichten van Nederlandse niet-haikudichters werden besproken, koos Carla voor Willem Hussem. Zij haalde een van zijn uitspraken aan „Alles en iedereen is in elkaar verweven, het ene bestaat dankzij het andere”. Voor alle deelnemers was er een door Hussem gekalligrafeerde kaart met tekst (van de stichting Plint). Carla nam deze mee naar huis:

jij die uit mijn dorp komt
kun je mij zeggen
stond de pruimeboom voor mijn venster
bij je vertrek in bloei

Nu ik dit schrijf, Carla, staan de kersen-, de appel-, de pruimen- en de perenbomen in bloei!

Namens de Joffers
Loeke Groenendal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *