Marc Hendrickx – Nu de dag nog even talmt

Vuursteen

Uit Vuursteen lente 2008
Nu de dag nog even talmt – haiku/senryu
54 pagina’s, uitg. H-kA vzw.
ISBN 978-90-75714-48-7

Met opa naar school,
haar boekentas nonchalant
over zijn schouders.

Of misschien toch maar
zonder extra slagroom,
zegt ze spijtig.

Voor het raam
in een innige omhelzing
de spin en haar prooi.

Een laatste zoen
en dan geeft ze hem
uit handen.

Een recensie uit Vuursteen winter 2008
door Bernard de Coen

Sedert de eeuwwisseling ontdekken de lezers van Vuursteen met de regelmaat van de klok de geprezen bijdragen van Marc Hendrickx. Af en toe verscheen weliswaar werk van hem in verzamelbundels (Bloesemen 8, Twee halve harten, Vonkenregen…) of kantelkalenders, maar nu is Hendrickx te (her)ontdekken in een eigen bundel met 140 haiku’s, netjes per seizoen gepresenteerd, en 60 senryu’s.
Je kunt bij een boekbespreking natuurlijk zoeken naar algemene kenmerken, eventueel geïllustreerd met enkele voorbeelden. Maar onderstaande haiku van de auteur leek ons zo typisch voor hem dat we voor één keer de omgekeerde aanpak verkiezen.

Een merel scharrelt
onder de kale struiken –
nog altijd winter.

Onderwerp in deze winterhaiku is een vogel. En dat is belangrijk, want vogels (al dan niet met naam en toenaam vermeld) spelen de hoofdrol in meer dan 30 haiku’s uit de bundel. Een hebbeding voor ornithologen. Je kunt er zelfs eenzelfde vogel doorheen de vier jaargetijden in volgen. Je krijgt dan als het ware een soort schilderij van dezelfde plek, telkens in een ander seizoen.
‘Kaal’ is ook zo’n typisch woord dat je vaak (zevenmaal, om precies te zijn) bij Mark Hendrickx tegenkomt. Meer bepaald bij bomen. En die (kastanjeboom, linde,…) zijn ook uitdrukkelijk aanwezig in zijn haiku. De enkele zeldzame personen die in de 4 haiku cycli aan bod komen gaan zodanig op in de natuur dat ze er volledig deel van blijven uitmaken. En dat is een indicatie dat de gedichtjes knap en weloverwogen over de bundel zijn verdeeld.
Ten slotte heb je hier het temporaal gebruik van ‘nog’, een procedé dat de dichter veelvuldig, wel twintig keer, toepast. Waarbij hij de waarnemer niet volledig uit de haiku wegcijfert, maar laat vooruitlopen op het eigenlijke haiku-moment (de observatie), zoals dat in het titelvers Nu de dag nog even talmt tevens het geval is. Kortom, wie deze merelhaiku waarderen kan vindt in deze debuutbundel zeker zijn gading.
Maar toch, in een op het Internet opgespoorde aankondiging voor een winterwandeling vonden we de volgende zin: ‘Merels banen
zich driftig scharrelend een weg onder de kale struiken’. Waar in deze voorbeelden de poëzie begint en waar het proza stopt, laten we liever in het midden Neen, wij zijn, wellicht net als de inleider van de bundel, voor zover we uit zijn selectie kunnen opmaken, meer gecharmeerd door de senryu van Hendrickx. Hier gaat het vaak om voltreffers die tot het beste behoren van wat er in de Lage Landen in het genre wordt geschreven:

Een heel lesuur lang
verdiept in de dissectie
van zijn gommetje.

Het is echt een voorrecht om die pareltjes, die ongetwijfeld in gespreide slagorde bij de lezers van Vuursteen blijven nazinderen, eens op een rijtje te mogen degusteren. Nu de dag nog even talmt is een fraai gezette en geïllustreerde bundel. We hopen evenwel dat de inkt van de voor het drukken gebruikte printer ook de tand des tijds zal doorstaan…