René Hombergen – tanka

Na een regenbui
op zee verschijnt een groot schip,
zon aan de horizon,
ooit verloor ik je liefde,
kwam dan op afstand terug.

Een musje komt in
de ruit van een hekwerk zitten,
twee pootjes gespreid,
twee plukjes veer, kijkt links, rechts,
keft schuin en vliegt dan verder.

Twee muggenwolken,
boven jou één en mij één,
je pontje meert aan,
twee muggenwolken komen
op ons omhelzen samen.

Hoogspanningsdraden
in de verte beloven wat
schaduw in mijn nek
maar eronder hoor ik slechts
hun hitte stilte zingen.

Hoog in de lucht
van achter uit naar voren
stappend stap voor stap
trekt de schaduw van een wolk
over een lint ganzen mee.

Van bovenaan
de ene oever tot onderaan
de singelkant,
sleeën kinderen juichend
met hun beide armen neer.

Achterop de fiets
slaapt zijn hoofd tegen je rug,
zijn handjes liggen
scheef op je brede heupen,
fietsen slapend met je mee.

Ik droom dat ik vrij
en word wakker als ik jou
op het diepste raak –
mijn lijf ligt stil mijn lul slap
en mijn hoofd denkt even na.

“Jouw liefde is rond
en jouw liefde is vierkant
als je in me stoot
en dan terugtrekt, voel ik
je voorhuid rollen.”

Zoals jij daar staat
je krullen zondoorschenen
aan de zwembadrand,
duikt en dan weer boven komt –
min ik je haar plat en nat.

Onder een linde
kus ik voor het eerst als kind
mijn nicht – toch maar niet;
er schommelt een groene pin
snot voor haar lippen.

René Hombergen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *