Stofjes verdriet

door: Marian Poyck

Luc Barbé (haiku’s en haibuns) Els de Vuyst (fotografie), Stofjes verdriet – haiku’s en haibuns over vergankelijkheid, dood en afscheid, Boekscout, Soest 2020.

In de tien jaar dat Luc Barbé zich nu bezighoudt met haiku hebben we regelmatig sterke haiku’s en haibuns van hem voorbij zien komen. Mooi dat hij de sprong gewaagd heeft naar de uitgave van een bundel. Zijn keuze voor een thematische opzet heeft als voordeel dat de gedichten elkaar in het licht zetten. Haiku’s die misschien niet meteen zouden opvallen in hun eentje krijgen op die manier een extra zetje. De bundel bevat ook echter ruim voldoende haiku’s die zo’n zetje absoluut niet nodig hebben:

vallende ster
opa en oma mompelen
dezelfde wens
rond zijn bed
praat men stiller en stiller –
winterse vlagen
Grootwarenhuis
aan de babyafdeling
versnelt ze haar pas
abdijruïne
door de brandglasloze spitsbogen
priemt hel zonlicht

De haibuns worden gekenmerkt door een goede combinatie van proza en poëzie. De haiku’s hebben weliswaar een duidelijke link met de tekst, maar altijd is er ook een verschuiving van de focus te zien volgens het ‘link en shift’-principe, dat we kennen uit de kettingverzen.

Barbé schrijft op de achterflap dat de foto’s van bevriend kunstenares Els de Vuyst op een heel bijzondere manier in dialoog gaan met zijn gedichten, wat ik kan onderschrijven. De sobere zwart-witfoto’s, die stuk voor stuk details tonen van een zeer gedateerd, niet al te vrolijk stemmend interieur, maar door de uitsneden eerder een abstracte indruk geven, vormen een sterke combinatie met de gedichten, zonder deze overigens te illustreren. Het zijn autonome, op zichzelf staande beelden, en in die zin volkomen gelijkwaardig aan de teksten.

Nog wat ideetjes voor een volgende druk. De gedichten (één per pagina) en de foto’s staan exact op het midden van de bladzijde, maar voor het oog lijken ze daardoor net onder het midden te hangen. Een tikje hoger had een harmonischer beeld opgeleverd. Verder was het prettig geweest als de gedichten op de rechterpagina’s iets meer naar rechts hadden gestaan, omdat ze nu wel erg dicht bij de vouw beginnen. En misschien ook eens nadenken over eenheid wat betreft het gebruik van hoofdletters en punten?

Ik heb zitten puzzelen op de indeling van de bundel. Hij is verdeeld in drie afdelingen, de eerste met 23 haiku’s, twee haibuns en zes foto’s; de tweede met tien haiku’s, twee haibuns en twee foto’s en de derde afdeling bevat enkel dit, een glimlach oproepend gedicht:

De eerste schooldag.
Ze kijkt toch nog eens om.
Hou je sterk, papa!

Een duidelijke grond voor deze verdeling heb ik nog niet kunnen vinden, maar je zou er dit over kunnen opmerken: het feit dat die indeling er is, zet de lezer in een alerte stand. Want je gaat immers onwillekeurig toch op zoek naar die grond. Je bladert nog eens extra terug, en weer vooruit, om tot de conclusie te komen dat jou kennelijk nog iets ontgaat. Dat nodigt uit tot hernieuwd zoeken, en zo heb je voor je het in de gaten hebt alle gedichten al enkele malen geproefd voor je de bundel weer weg kunt leggen.