Helder water

Hans Reddingius

Vanuit een bergspleet
vloeit tussen de mossen door
wat helder water ;
even stil en ongezien
wilde ik door de wereld gaan.

                                                          Ryokan/van Tooren

Een van mijn favoriete tanka’s, deze. De opbouw is zoals ik mooi vind in een tanka: in de bovenstrofe een natuurbeeld, in de onderstrofe gevoelens, gedachten, verlangens bij de dichter die als het ware door het natuurbeeld worden opgeroepen. Zoals je waarschijnlijk weet was Ryokan monnik, zenpriester, dichter, kalligraaf, kluizenaar.
In dit gedicht doet hij zich kennen als een bescheiden mens: hij wil stil en onopvallend door het leven gaan. Zoals het heldere water dat uit een bergspleet komt, tussen de mossen doorvloeit zodat deze fris en groen kunnen blijven groeien, op weg naar een beek, een rivier, de zee, de atmosfeer, de wolken, de berg en weer via spleten of bronnen van voren af aan. Het water dat nu hier vloeit is niet meer hetzelfde water als dat van zonet, want dat is alweer een eindje verder ; maar het is toch ook weer wel hetzelfde water. Het leven, het bestaan, is een altijddurende cyclus van verschijnen en voortbewegen en verdwijnen en terugkomen en de dichter wilde niets anders dan hier zonder pretenties aan deelnemen. ‘Wilde’… Ik lees het
hier als: ‘zou willen’, dus niet als iets dat er in een verleden was en nu misschien niet meer, maar als een wens. Daarmee geeft de dichter aan dat wat hij wil helemaal niet zo eenvoudig is. Ja, de eenvoudigste dingen zijn vaak het moeilijkst, want we zitten vol met ambities en wensen en opvattingen en idealen en we willen ons o zo graag laten gelden, laten merken dat we er zijn. Vanzelfsprekend en spontaan en onopvallend vloeien als water tussen de mossen. Een verlangen dat ik herken. Proberen het te realiseren blijft de moeite waard, ook al lukt het meestal niet – kijk, ik heb alweer een stukje geschreven.
Vloeit het als helder water ? Nou ja…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.