In memoriam Bart Mesotten

Willy Vande Walle

In zijn Haikoe-boek (DNB-Pelckmans, 1986) schreef Bart Mesotten

Mij volstaat : een God,
zon, gezondheid, vrienden
en een mespuntje roem

Het klinkt bescheiden, maar wie dit allemaal heeft is de rijkste mens ter wereld. Deze ene haiku vat wonderwel de bronnen samen die Barts leven geïnspireerd hebben. Hij heeft ook gehad wat hij in deze haiku vroeg. Zeventien lettergrepen slechts, maar een anagram voor een rijk gevuld leven, te veel om te bevatten.
We moeten met velen zijn om Barts veelzijdigheid te kunnen overzien. Hij was dichter, vertaler, tekstschrijver, journalist, etymoloog-lexicograaf en priester-predikant. Bovenal wordt hij beschouwd als de vader van de Vlaamse haiku. Hem komt de eer toe deze beknopte versvorm van Japanse origine bij een breed publiek in Vlaanderen bekend te hebben gemaakt.

Kring van vijf jaren
Bart hield er, afgezien van enkele minder omvangrijke publicaties, van om dikke boeken te redigeren. Publicatie bood de uitvlucht om op gepaste tijden vrienden uit te nodigen. Daarbij hield hij zich graag aan een cyclus van vijf jaren, aan het lustrum. De lange reeks ving aan in 1986 met het eerder genoemde Haikoe-boek (DNB Pelckmans, 496 pp.). Iets meer dan vijf jaren nadien, in 1993, vierde hij feest in Den Blank in Overijse. Te dier gelegenheid werd zijn boek Duizend kolibries – Haikoe van hier en elders (uitg. Sintjoris, 1993) voorgesteld. De toenmalige Vlaamse minister van cultuur was daar ook bij aanwezig. Vijf jaar later hield hij Een verre vogel – tweede haikoe-boek (Pelckmans, Kapellen 1998, 541 pp.) boven de doopvont. Hieruit :

Nog wat late zon
over het goudbruine lover. –
Vijfenzeventig.

In 2003 publiceert hij Boven de wolken – derde haikoe-boek (Pelckmans, Kapellen 2003, 544 pp). Daarna bekwam hij even van al dat haikugeweld, en ging hij voluit als etymoloog en lexicograaf. Getuige daarvan : Valse profeten – Honderden Bijbelse woorden en uitdrukkingen te gast in het Nederlands (2007) en Rari nantes – Honderden Griekse en Latijnse gevleugelde uitdrukkingen, afkortingen, voor- en achtervoegsels te gast in het Nederlands. (Uitgeverij Altiora, Averbode 2009. Omvang : 765 pp.) Merk op: geen vijfjarige cyclus meer, Bart lijkt het tempo opgedreven te hebben. Misschien had hij haast.
Vervolgens komt hij terug tot de poëzie. Een van zijn laatste boeken was het omvangrijke werk over religieuze verzen : Als Jij roept in de morgen. Tweehonderd religieuze gedichten ontbolsterd. (Halewijn, Antwerpen 2010. Omvang 575 pp). De esthetiek van en in het religieuze te kunnen ontdekken, het poëtische en het geloof steeds dieper te kunnen benaderen, dat was wat hem zijn hele leven bezighield. De titels van zijn werken brengen een soort levensgang onder woorden.

Je krijgt de indruk dat Bart niet wilde onderdoen voor de ontdekkingsreizigster, boeddhiste en mystica Alexandra David-Néel. Die schreef haar laatste boek op vijfennegentigjarige leeftijd en stierf toen ze honderd en één jaar oud was. Dat heeft hij uiteindelijk niet gehaald. Hij heeft net de kaap van de negentig niet kunnen ronden maar is toch voorbij de 88 geraakt, een bijzondere leeftijd in Japan. Hij was nog bezig aan een nieuw boek: een selectie van zijn honderd beste haiku. Hij belde mij daarover enige maanden geleden, met de vraag om iets op papier te zetten over de Japanse traditie om selecties van honderd te maken.

Dit voorjaar nog werden we uitgenodigd in kookstudio Asdonk, in Tessenderlo, ter gelegenheid van de publicatie van Barts boek Reliqua. De westerse cultuur heeft één Bijbel, India heeft er vele. Een van de mooiste Indische Bijbels is wellicht het Ramayana, waar Bart zichzelf ook een bevlogen vertolker van heeft gemaakt, getuige zijn monumentale vertaling ervan die in Reliqua te vinden is.

In Vlaanderen zijn hem géén literaire prijzen ten deel gevallen. Hij ontving in 2000 wel de prestigieuze Masaoka Shiki International Haiku Award waarover uitvoerig wordt bericht in Boven de Wolken (p.228-244), en waarvoor hij naar Japan reisde. Een betere erkenning van zijn werk kon hij zich niet wensen. Zijn mespuntje roem heeft hij dan toch gekregen.

Vrienden
Bart heeft de vrienden gekregen die hij wou en heeft ze ook verdiend. Zij waren het die wisten hoe oud en hoe jong hij werkelijk was
– de medeplichtigen, die betrokken waren in het hachelijke avontuur dat leven heet, mensen die in grote letters genoteerd stonden in de agenda van zijn leven, net zoals Bart ook in grote letters in de agenda van zijn vrienden stond.
Niets is toeval, of, zoals het Japanse spreekwoord leert : Sode-suri mo tashô no en, wat letterlijk betekent : zelfs het langs elkaar schuren van twee mouwen is door karma in een vorig leven bepaald. De mouwen van Bart en mij hebben voor het eerst langs elkaar geschuurd op de haikoe-dag in de Hoge Rielen op 10 mei 1980. Een gezegende dag was dat. Alles zat mee : de mensen, de omgeving, het weer, de gesprekken, onze leeftijd. Het was een van die dagen waar- op mensen zich even eeuwig jong kunnen voelen en die eeuwige jeugd ook aan allen om zich heen toedichten. Ik was nieuw in haikukringen, en voor mij hing er toen in die Hoge Rielen een sfeer van zegen, van de ongerepte eerste dag, van het begin van iets moois, bruisends, levendigs – meer dan drie decennia van vriendschap, vaak in en door het woord, 32 jaren die ook groeven getrokken hebben in onze levens en ons verteld hebben dat de kruik van de tijd leegloopt.
Talloze keren zijn we de jubelende deelgenoten geweest van Barts levensvreugde, toen hij bij hem thuis of op verplaatsing een toverkring van vriendschap schiep, en ons in zijn magische cirkel opnam. Zijn aanwezigheid in Overijse heeft voor ons, recente inwijkelingen, veel betekend. Toen hij Overijse vaarwel zegde, rouwden wij, alsof we een beetje stierven.
Na een lang verblijf in Brasschaat, Overijse, Berlaar, na vele reizen naar alle uithoeken der wereld, heeft Bart in Averbode, in een plooi aan de zoom van het bos, in dit lieflijke land op de grens tussen Brabant en Loon, zijn rust gevonden. Hier luisterde hij naar het geruis in de bomen, zag hij de jagende wolken weerspiegeld in de vijver van de tuin (hij sakkerde zo op de modder en de troep toen de vijver nog in aanleg was), genoot hij van de spelingen van het licht. Hij was aan deze plek verknocht, hij had er zijn pretentieloze kasteel van gemaakt, zijn vriendelijke burcht gebouwd, met lage drempel en zonder wachters. Hier was zijn schuchtere Arcadia, voortaan lokte hem geen verre einder meer.

Dichter
Zijn dichters per definitie ontevreden ? Tevreden mensen schrijven geen poëzie. Maar het is een comfortabele vorm van ongeluk, anders komt men niet tot schrijven. Het wil mij maar aan niets ontbreken, schreef de dichter Korteweg in een van zijn gedichten. J.C. Bloem schreef ooit : Niet te verzoenen is het leven. / Ten einde is dit wellicht nog ’t meest : / Te kunnen zeggen: het is even / Tussen twee stilten luid geweest.
Een kort geluid tussen twee stilten in, maar het geluid dat Bart gemaakt heeft tijdens dat intermezzo was welluidend en leerrijk, en de echo blijft weerklinken in zijn nagelaten werk.

Voortaan moeten we onze ogen sluiten om hem te zien, onze oren stoppen om zijn stem te horen, over de dunne grens tussen waken en dromen stappen om hem nabij te weten, m aar we zullen het doen. Zijn woorden blijven wij horen in het lied van alles wat hem dierbaar was, in de mond van allen die hem lief hadden. Hij zal onze herinnering bevolken, onze gesprekken opvrolijken. Onze woorden moeten de gedenksteen worden waarin we zijn daden griffen, onze lach de tempel waarin de galm van zijn levenslust weerklinkt, onze daden het monument gewijd aan alles wat hij verwezenlijkt heeft en nog had kunnen verwezenlijken was hem een langere levensduur gegund. Laten we hem de rust gunnen, maar niet onder de as van de vergetelheid begraven. Is een herinnering iets wat wij hebben of iets wat we kwijt zijn?

De herinnering aan hem
Bij dit afscheid moet ik onwillekeurig denken aan het herfstgedicht van Rilke dat begint met Die Blätter fallen, fallen wie von weit en eindigt met : Und doch ist Einer, welcher dieses Fallen / unendlich sanft in seinen Händen hält. Wij kijken uit naar een nieuwe lente, naar de wederkeer van de onpeilbare kracht die steeds weer doorheen de bloesems daagt, die winter en de dood overwint.
Beste Bart, dank je wel en vaarwel.

Willy Vande Walle
Voorzitter Haikoe-centrum Vlaanderen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *