Sterren aanraken

Karel Hellemans

Titel: Orionem tangere (Orion aanraken)
Uitgave: HKA
ISBN: 978-90-75714-57-9

Fraaie lustrumbundel, uitgegeven ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van de Latijnse haikukern Harundine.

Orion is in ons noordelijk halfrond een zeer opvallend sterrenbeeld. Al lijken de sterren door hun krachtig licht nabij, toch is het natuurlijk onmogelijk ze aan te raken. De titel vertolkt meteen het onmogelijk verlangen, een geliefd poëtisch thema.
Een Latijnse spreuk zegt : per aspera ad astra (door het harde naar de sterren). Wie naar de sterren reikt, moet beginnen met een hard gevecht tegen de wereld, tegen zichzelf = een kermis is een geseling waard. Voor het feest van Pasen moet je door de vasten, een harde periode van versterving.
In de inleiding wijst Heinrich Reinhardt erop dat de Latijnse haikudichters zich strikt houden aan de discipline van het 5-7-5-model en zich ook inhoudelijk niet laten meeslepen door de mode van de senryu.

Lene murmurat                                             het stille zoemen
Apis vagans per cellam                                 van een bij in een kamer
sine floribus                                                   zonder bloemen.

                                                                                                                  Paul Mercken

Nulla Platonis                                                Voor mij helemaal
mea nunc cupiditas                                      geen Platonische liefde –
priscicapilla                                                   zij draagt krulletjes.

                                                                                                                  Tom Deneire

Twee willekeurig uit de bundel geplukte voorbeelden. Interessant is de vraag of het Latijnse vers iets toevoegt aan de oorspronkelijk waarschijnlijk Nederlandse haiku. In het tweede vers ongetwijfeld: het woord priscicapilla is een echte vondst. Het klinkt verrassend en frivool. Daar kan Plato niet tegenop.
Latijn sleept ook een traditie van immanente religiositeit met zich mee die toch geen afbreuk doet aan de lichtvoetigheid en klankrijkdom van de klassieke taal.
De eigentijdse auteurs slagen erin om op overtuigende manier aan te tonen dat Latijn, zeker voor de poëzie, geen dode taal is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.