Haiku en muziek in de XXe eeuw

Tony Sebrechts

de rijst verpotend
zingen de noorderlingen –
zo ontstond poëzie!

Basho

Al eeuwenlang zijn poëzie en muziek met elkaar verbonden. Zoals elke geletterde in mandarijns China, had de Tang-dichter Li Po (8e eeuw) zijn ‘chin’, een soort citer of lier. De Japanse culturele elite wou niet achterblijven: iedere dichter had er wel zijn vijfsnarige ‘koto’. En in het Westen? Ontstond daar ook een wisselwerking tussen haiku/tanka en muziek? Zeker, zij het enigszins bescheiden, in de marge van het grote muziekgebeuren, maar al bij al toch stof genoeg om menigeen te verrassen.

Maar laat mij het verhaal chronologisch vertellen. (Een randbemerking vooraf : ik neem de schrijfwijze van de woorden ‘haiku’, ‘haikai’ enzovoort over zoals in het origineel Frans of Engels vermeld. Ook de meervoudvormen verschillen; in het Japans blijft het meervoud van ‘haiku’ onveranderd ‘haiku’).

Vanaf 1872 ontstond in Frankrijk een nieuwe stroming in kunst en kunstambacht , het ‘Japonisme’. Japan was mode, Japan was ‘in’. Rond de eeuwwisseling waren er veelvuldige culturele contacten tussen het Rusland van de tsaren en de ‘beau monde’ van Parijs.

Het is 1912, de Russische componist Igor Stravinsky (1882-1971), in zijn tijd een soort avant-gardefiguur, werkte aan zijn meesterwerk Le Sacre du Printemps (de lentewijding) toen hij geïntrigeerd en geïnspireerd raakte door een bloemlezing van klassieke Japanse poëzie uit de cultureel hoogstaande Heian-periode (794-1185), voor hem in het Frans vertaald door zijn collega en vriend Maurice Delage (waarover later meer). Hij kiest daaruit drie tanka’s die de lente bezingen, en verwerkt ze tot liederen voor hoge stem en piano of klein instrumentaal ensemble, elk ervan opgedragen aan een Franse componist, respectievelijk : Delage, Florent Schmitt (1870-1958) en Maurice Ravel (1875-1937).

Wij gaan de tuin in
een pracht van witte bloemen
maar het heeft gesneeuwd!
Is dit één bloemenweelde
of alleen maar witte sneeuw?




Yamabe no Akahito, ca. 730 na Chr.
Daar is de lente!
Bloemknoppen staan op springen
rijzen op uit schuim –
De eerste willen zij zijn
die blije lentebloemen!




Minamoto no Masazumi
Wolken of bergen
wat zien wij in de verte?
Alles lijkt krijtwit –
Bloeiende kerselaars zijn het
die de lente vieren!




Ki no Tsurayuki, ca.900 na Chr.

Stravinsky noemde deze liederen Trois poesies de la lyrique japonaise (Drie gedichten uit de Japanse lyriek). Totale duur: slechts 3 à 4 minuten. Première in Parijs, op 14 januari 1914, slechts enkele maanden voor de moord op kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk in
Sarajevo, die de Eerste Wereldoorlog inluidde.
youtu.be/AVrYIZ44Xh0

Na Stravinsky is er een reeks componisten die om de een of andere duistere reden allen reeksen van precies zeven haiku’s verklankten. De naam Maurice Delage (1879-1961) deed wellicht niet meteen een belletje rinkelen, maar in de muziekgeschiedenis staat hij nochtans bekend als dé ‘Musicus van de Haikai’. Delage ging volledig op in het Japonisme. Als jongeman uit een bemiddeld milieu reisde hij in 1911 naar India en Japan, waar hij het jaar 1912 doorbracht. Speciaal voor deze reis leerde hij zelfs een aardig mondje Japans. Hij koos zelf ook zeven gedichten om op muziek te zetten uit de reeks die hij had gedeeld met zijn vriend Stravinsky. (Informatie/titels : 1. Uit het voorwoord tot de Kokinshu (10e), door Ki no Tsurayuki; 2. De vergeetkruiden1 (les Herbes de l’Oubli) door Sosei ; 3. De Haan; 4. De kleine Schildpad; 5. De Herfstmaan; 6. Dan …; 7. Zomer ; – de namen van de dichters vergat hij te vermelden.)

Luister naar hun lied :
nachtegalen in het groen
kikkers in het nat –
Je ziet dat niemand kan leven
zonder zang in zijn leven!

Vergeetkruiden1,
zo vroeg ik mij af
waar ontkiemen zij ?
Nu weet ik dat zij tieren
in dat stenen hart van haar!

Rimpelloos, de plas –
de haan die drinkt en zijn schijnbeeld
bekvechten!

De kleine schildpad 2
gaat hopeloos traag vooruit –
niet trager dan ik !

Het witte weefsel
van de schuimende golven
op de woeste zee –
Het glijdt van de herfstmaan af
als was het een zijden kleed !

Eerst bloesem – dan…
bewonderd – dan…
verwelkt – dan…

Zomer in de bergen
ceders bij zonsondergang
in de verte, een klok

Dit werk voor sopraan en kamerorkest (speelduur : iets meer dan 5 minuten) uit 1923 staat geboekstaafd als zijn meesterwerk. Het werk ging in première in 1924, onder de directie van de bekende componist Darius Milhaud.
youtu.be/aufNjhxcCRI

Het grote publiek reageerde nogal lauw. Een muziekcriticus van 1926 was nochtans lovend: ‘fantastische alchemie…een wonder van klanken…de kwintessens van muziek… in een druppel vol zon huist een regenboog…’ Toch raakte Delage in de vergetelheid: de Sept haïkaïs beleefden hun première in Japan (Tokyo) pas in 1985.

Rond dezelfde tijd als Delage schreef de Catalaan Roberto Gerhard (1896-1970) 7 Haiku, de oorspronkelijke versie reeds in 1922, een herwerkte versie op teksten van de Catalaanse dichter Josep Maria Junoy (1887-1955) in 1958, duur: 11 minuten.
youtu.be/cgWYL-Xt9sk

en twee liederen ervan uit een andere opname:
youtube.com/watch?v=F5iKnnMtopU
youtube.com/watch?v=o14yTCGODn0.

Gerhard was bevriend met de Catalaanse pianist en componist Federico Mompou, waarover straks meer.

Over naar John Cage (USA, 1912-1992), met zijn Seven haiku voor piano (1952)
youtu.be/hn6aQDFJabk of youtu.be/mk9ZskFXfkQ .

Cage was een avant-gardecomponist. Rond 1950 woonde hij lezingen bij van de bekende professor D.T. Suzuki, de man die ‘Zen’ in het westen bekend maakte. Cage was ook erg geïnteresseerd in de Indiase filosofie en muziek. Cages zeven haiku’s zijn geen gedichten, maar enkel muzikale impressies. De stukken waren opgedragen aan diverse vrienden, waaronder de schilder Willem de Kooning. Naast korte notenreeksen is er veel plaats ingeruimd voor stilte. In de klassieke periode erg verbonden aan ‘Zen’, is haiku ook zeer stiltebewust.

Geen blad beweegt meer
de stilte in het zomerbos
is huiveringwekkend


Buson, vert. J. van Tooren

Muziek én stilte, is dat geen contradictie? Niet, dus. Muziek en stilte gaan al eeuwen samen. De citer van de grote Chinese dichter Tao Yuang-ming (Tao Qian), rond 400 na Chr. had naar verluidt geen snaren. De essentie van de muziek was voor Tao niet het geluid van het instrument, maar de intentie van de speler …

In tegensteling tot de eerste geheel geluidloze compositie, van de bekende Franse schrijver Alphonse Allais (1854-1905): Marche funèbre composée pour les funérailles d’un grand homme sourd (treurmars voor de uitvaart van een dove hoge ome) uit 1897, die enkel het komische effect beoogde, was het beroemde ‘silent piece’, 4’33, een compositie uit 1952 van John Cage, uiterst serieus bedoeld. De pianist loopt naar de piano en beroert geen enkele toets gedurende 4 minuten en 33 seconden – chronometer in de hand. Niettemin is deze muzikale stilte ingedeeld in drie delen die elk de richtlijn ‘tacet’ (stil) meekrijgen. Het enige geluid dat je nog hoort is toevallig omgevingsgeluid: gekuch van de aanwezigen, een voorbijrijdende wagen, een overvliegend vliegtuig … Cage:

I have nothing to say
and I am saying it –
and that is poetry
as I needed it
Ik heb niets te zeggen
en toch zeg ik iets –
dat is net de poëzie
die ik nodig had

Hij was niet als enige bezig met ‘stilte’. Het meesterwerk van de Catalaanse componist Federico Mompou (1893-1987) is een compositie voor piano solo Musica callada (Silent music), 28 korte pianostukken, geschreven tussen 1959 en 1967, waarin de stilte wél geluid maakt maar een diepe rust uitstraalt. Mompou nam het werk zelf integraal op, maar ook de uitvoering van Javier Perianes is heel fraai.

Terug naar haiku. De Franse componist Olivier Messiaen (1908-1992) schreef zijn Sept haïkaï (speelduur : 19 minuten) in 1962, na een reis door Japan.
youtu.be/bnMcor5Cyeo

Er is in deze muziek ruime aandacht besteed aan de Japanse vogels, want Messiaen was een fervent vogelliefhebber en -kenner. In de merkwaardige opdracht bij het stuk komen onder meer de pianiste Yvonne Loriod3(zijn echtgenote), de Franse componist-dirigent Pierre Boulez, de Japanse ornitholoog Hoshino, maar ook ‘de muziek, alle landschappen en alle vogels van Japan’ voor.

Ten slotte Zeven haiku, nu voor koor met blokfluit-, cello- en klavecimbelbegeleiding (1980) van de Nederlandse componist Jan Matter (1909-1996). Vier ervan zijn door kunstenares Hanneke van den Boomen, die in het koor zat dat de oeruitvoering verzorgde, heel onlangs voorzien van door het beeld schuivende tekeningen, te bewonderen op youtube:
youtu.be/Yy5j5uOOUx4
youtu.be/AQ6V9HtYmG0
youtu.be/C2GnuVwuX9Q
youtu.be/jm8Zg9Yzcn8

Ik houd me aanbevolen voor werken waarvan ik het bestaan nog niet ken. U kunt de eventuele gegevens hierover opsturen naar redacteur Marian Poyck.

Noten

  1. Het vergeetkruid is geliefd in de Japanse poëzie . Eigenlijk speelt de dichter met
    woorden. De bloem die wij ‘bruine daglelie’ (hemerocallis) noemen is in het
    Japans homoniem (gelijkklinkend) met ‘vergeetkruid’ (in het Japans ‘wasuregusa’).
    Zo dichtte Basho:
    eindejaarsdagen –
    eet vergeetkruid met rijst en
    wég zijn de zorgen!
  2. Dit muziekstukje telt slechts zeventien maten, net zoveel als het aantal lettergrepen.
  3. De familienaam Loriod, betekent ‘wielewaal’, ‘loriot’ in het Frans. De wielewaal
    was toevallig ook de favoriete vogel van de Chinese dichters waardoor veel
    Japanse dichters werden geïnspireerd!